daklozen Doetinchem

Stijgend aantal daklozen Doetinchem

Namens GroenLinks heb ik vragen gesteld aan de verantwoordelijk wethouder over het stijgend aantal daklozen in Doetinchem. Uit de beantwoording van de wethouder bleek dat hij zich uitsluitend baseert op cijfers die verstrekt worden door verslavingszorg. Volgens GroenLinks geeft dit een te beperkt beeld van het aantal daklozen in Doetinchem. Bijbehorende foto is op 24 september genomen in Doetinchem. Het gaat om twee jonge mensen die de nacht buiten hebben doorgebracht. Deze foto is met toestemming genomen. Als ze niet geregistreerd staan bij verslavingszorg dan bestaan ze volgens de gemeente niet. Dat is het probleem van systeemdenken ofwel een administratieve werkelijkheid. Aan goede opvang gaat een realistisch beeld vooraf van de bestaande situatie. GroenLinks heeft daarom de volgende aanvullende schriftelijke vragen gesteld.

Vraag 1

Is de wethouder het met GroenLinks eens dat cijfers gebaseerd op de gegevens van één organisatie een beperkt beeld geven van het werkelijke aantal daklozen in Doetinchem?

Vraag 2

Is de wethouder bereid om het onderzoek uit te breiden en ook gegevens over dakloosheid te vragen aan de Jongeren Opvang Doetinchem die opvang biedt aan jongeren die geen dak boven hun hoofd hebben en organisaties die vanuit hun professie bekend zijn met het fenomeen dakloosheid?

Is de wethouder bereid, naast Iriszorg, informatie op te vragen bij in ieder geval de volgende acht organisaties:

•Jongeren Opvang Doetinchem

•Stadskamer

•jeugdtoezichthouders

•GGNet

•huisartsen

•scholen

•de woningbouwvereniging

•politie

Het college van de rechten van de mens beschrijft het stijgend aantal dak- en thuislozen als een groeiend probleem. In tien jaar tijd zijn de cijfers verdubbeld van 17.800 naar 39.300.

Tijdens zijn betoog gaf de wethouder aan het belangrijk te vinden preventief te werken.

Voor preventief werken is het essentieel, dat breder gekeken wordt dan alleen de cijfers van verslavingszorg. Economisch daklozen worden waarschijnlijk niet geheel meegenomen, het aantal vrouwen die dakloos zijn, is moeilijk in te schatten en jongeren blijven relatief lang buiten beeld, ondanks een zwervend bestaan, vaak van het ene naar het andere adres totdat ze op straat belanden. Het is aannemelijk dat het aantal snel blijft groeien. Ook het aantal mensen met psychiatrische problemen die zich niet zelfstandig kunnen handhaven, maar voor wie geen plek meer is in de psychiatrie groeit. Het aantal betaalbare en beschikbare woningen neemt af en armoedecijfers blijven onverminderd groot.

https://mensenrechten.nl/nl/nieuws/probleem-dakloosheid-vraagt-om-actie-overheid

In Nederland zijn 12.600 jongeren dakloos volgens de laatste telling in 2019 van het CBS. Het aantal dak- en thuisloze jongeren is in de afgelopen tien jaar maar liefst verdriedubbeld. De signalen wijzen erop dat het aantal alleen maar toeneemt.

 

Definitie college van de rechten van de mens

Het college van de rechten van de mens stelt, dat het gebruik van een ruimere definitie een completer beeld geeft van het aantal dakloze mensen, van het aantal mensen dat risico loopt dakloos te worden, of ernstige problemen ondervindt in de uitoefening van het recht op huisvesting. Ook mensen die een dak boven het hoofd hebben en niet in de opvang zitten, kunnen van de één op de andere dag op straat gezet worden. Met oog voor discriminatie en structurele uitsluiting kan een beter beeld ontstaan van wie dak- en thuisloos zijn en wat de grondoorzaken daarvan zijn. Het zou ook helpen met het formuleren van samenhangend beleid met als doel het voorkomen van dak- en thuisloosheid.

Het college vraagt daarbij specifiek aandacht voor kwetsbare groepen, waaronder jongeren, vrouwen, mensen met een beperking en mensen met een migrantenafkomst.

Vraag 3

Is de wethouder het eens met de definitie van het college van de rechten van de mens, waarbij mede uit preventief oogpunt, naast dak- ook thuisloos wordt genoemd?

Vraag 4

Is de wethouder bereid om bovenstaande definitie en uitgangspunten van het college van de rechten van de mens te hanteren en dit op te nemen, zowel in het onderzoek naar dak- en thuislozen in Doetinchem, als hierop het beleid te baseren en hierbij in ieder geval de onderstaande groepen te differentiëren:

•jongeren

•mensen met een beperking

•vrouwen

•mensen met een migrantenafkomst

•mensen met psychiatrische problematiek

•economische dak- en thuislozen